Voorbeeld 1 echtscheiding

Jan en Mieke (geanonimiseerd) verdelen de boedel

Jan en Mieke zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd, zonder kinderen.

Partijen hebben in de jaren ten tijde van het huwelijk niet verrekend volgens het opgenomen verrekenbeding. In mediation mag men afwijken van de richtlijnen zolang beide partijen het hiermee eens zijn. Partijen hadden niet de wens om te verrekenen, echter zij liepen vast op de verdeling van de beperkte goederengemeenschap. De boedel staat in een dergelijk geval vaak symbool voor onderlinge verhoudingen. Wanneer deze goed zijn is het vaak makkelijker om de boedel te verdelen. Wanneer één of beide nog ergens mee zit kan dit tot uiting komen door het uiten van weerstand bij het verdelen van de boedel.

In dit geval: Moesten zij hun inboedel waarde toekennen, alvorens een verdeling te maken? We hebben gesproken over diverse mogelijkheden om de boedel te verdelen. Uiteindelijk hebben partijen een inventarisatielijst gemaakt welke zij afzonderlijk van elkaar aan de één dan wel aan de ander hebben toebedeeld. Tijdens het volgende gesprek hebben we de 2 lijsten (hun toebedeling) naast elkaar gelegd en toen bleek dat zij op een paar items na dezelfde verdeling hadden gemaakt. Het was zelfs zo dat ze elkaar hetzelfde toebedeelden en dus de ander iets wilden gunnen. Over de paar zaken waar men het niet eens was hebben we tijdens het gesprek een verdeling kunnen maken.

Voordeel hiervan is dat het voor partijen inzichtelijk wordt dat ze meer overeenkomsten dan verschillen hadden, wat positief bijdraagt aan de onderlinge verhoudingen. Tevens wordt de discussie over bezittingen beperkt tot een handjevol items en ten derde hebben ze op deze manier beiden het gevoel dat er een eerlijke verdeling tot stand is gekomen, zonder aan elk item een waarde toe te kennen. Deze soepele verdeling van de boedel heeft ervoor gezorgd dat er ruimte ontstond om ook andere zaken te bespreken, het was een omslagpunt in de mediation.

Bij het verdelen van boedel en spaargelden/schulden is het belangrijk dat er geen overbedeling en, daarmee samenhangend, onderbedeling ontstaat. Dit heeft twee redenen: de fiscus kan een overbedeling als een schenking zien, waardoor de overbedeelde partij een belastingaanslag kan krijgen. Tevens geeft een over- of onderbedeling een gevoel van ‘oneerlijke verdeling’ wat in de toekomst tot onvrede kan leiden. Partijen mogen wel onder- en overbedelen, mits zij de consequenties ervan aanvaarden.

Wanneer, in het geval van een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden, één der partijen bij scheiding wil verrekenen zal dit volgens de bepalingen van de huwelijkse voorwaarden moeten gebeuren. Wanneer partijen beiden afzien van deze verrekening, dan mag dat. Voorwaarde is dat zij het hier beiden mee eens zijn.

Voorbeeld 2 echtscheiding

Hans en Tanja (geanonimiseerd) omgangsregeling vs. co-ouderschap

Hans en Tanja, getrouwd in gemeenschap van goederen, 3 kinderen

Over de boedel en het huis zijn beide partijen het eens. Deze afspraken worden in het convenant opgenomen. Over de kinderen is men het oneens: Hans wil co-ouderschap, Tanja wil een omgangs-regeling van één weekend in de twee weken. Hoe komen zij hier uit?
Belangrijk is om erachter te komen waarom Hans een co-ouderschap wil en waarom de vrouw een omgangsregeling.

Hans wil goed contact met zijn kinderen en hij wil een opvoedkundige rol hebben, als weekend-vader ziet hij dat niet zitten. Hij is bang dat de relatie met zijn kinderen te beperkt wordt: alleen af en toe een weekend met ‘leuke dingen doen’, zonder de opvoedkundige invloed van hem. Hans vreest dat zijn relatie met zijn kinderen hieronder zal leiden. Tanja heeft altijd de zorg voor de kinderen gehad, omdat zij thuis was en de man veel moest werken. Zij heeft de vrees dat de man het niet met zijn werk kan combineren en dat de kinderen uiteindelijk bij een naschoolse opvang zullen zitten terwijl zij gewoon thuis is om voor ze te zorgen. Ze vindt het wel belangrijk dat de kinderen een goede intensieve relatie met hun vader onderhouden, maar ze ziet niet in hoe hij dit praktisch gaat vormgeven met zijn werk. Ook is zij bang dat hij niet goed weet hoe hij voor de kinderen moet zorgen, aangezien zij de zorgtaken altijd op zich heeft genomen.

Uiteindelijk blijkt dat Hans een dag minder wil gaan werken en dat hij een dag vanuit huis kan gaan werken, zodat hij minimaal 2 dagen in de week tijd heeft om de kinderen, voor school, tussen de middag en na school kan opvangen. Tanja ziet mogelijkheden om op de dagen dat de kinderen bij de vader zijn te gaan werken, dat kon ze eerder niet doen wegens de zorg voor de kinderen.

Wat tijdens de gesprekken voornamelijk naar voren werd gebracht door de mediator was: wat is nu echt in het belang van de kinderen? Frustraties naar elkaar horen bij de zogenoemde ‘partnerrelatie’. Deze konden zij parkeren door te beseffen dat zij altijd een ouderrelatie blijven houden en dat zij in dat kader naar het belang van de kinderen moeten kijken.
Beiden vonden het in het belang van de kinderen dat zij met beide ouders een intensief contact konden onderhouden. Praktische oplossingen konden besproken worden en door partijen aan elkaar te laten uitleggen hoe zij invulling wilden geven aan de zorgtaken konden zij elkaar geruststellen en durfden ze het ook aan elkaar toe te vertrouwen.
Zorgen en angsten werden weggenomen en het werd partijen heel duidelijk dat het welzijn van de kinderen hier het gezamenlijke belang is. Door dit helder te krijgen bleken zij meer bereid om naar elkaar toe te komen en tot afspraken te komen die ook daadwerkelijk in het belang van de kinderen zijn gemaakt.

Voorbeeld 3 echtscheiding

Annemarie en Johan (geanonimiseerd) hoogte van kinderalimentatie

Johan en Annemarie hebben 1 kind en zijn voornemens te gaan scheiden, en zij zijn het over de meeste zaken eens, zoals huis, boedel en de omgangsregeling, echter oneens zijn zij het over de kinderalimentatie. Johan verdient ongeveer € 3000,– bruto en Annemarie ongeveer € 1500,– bruto. Hun dochter is 5 jaar en zal het hoofdverblijf bij Annemarie hebben.

Annemarie en Johan vinden het moeilijk om een bedrag te bedenken wat passend is als Kinderalimentatie. Ze durven niet echt een bedrag te noemen uit angst te laag in te zetten (Annemarie) of te hoog in te zetten (Johan). Ik legde uit dat als er een bedrag geroepen wordt is dit niet meteen bindend, pas als beiden het eens zijn met het bedrag kan het in het convenant worden opgenomen. Ik heb hen gemotiveerd om open te zijn over hun wensen en behoeften om te exploreren wat de mogelijkheden zijn. Zo houden ze zelf ook de regie in handen over de hoogte van het bedrag.

Uiteraard is het mogelijk om een alimentatieberekening te laten doen, zodat de richtlijnen duidelijk worden. Echter Mediation is erop gericht om mensen gezamenlijk tot een oplossing te laten komen en ik stelde dan ook voor om zelf uit te rekenen wat de kosten voor hun dochter zijn en wat de ruimte bij Johan en de behoefte bij Annemarie is. Samen rekenden Johan en Annemarie uit dat de kosten voor hun dochter ongeveer € 250,- zullen zijn. Voor alle volledigheid kan ik middels een alimentatieberekening inzicht geven in hoeverre zij afwijken van de NIBUD/Trema normen. Dat kan een beter gevoel geven over de uiteindelijke beslissing, want partijen kunnen en mogen afwijken van de normen, wanneer zij het er samen over eens zijn.

Annemarie bleek te denken dat zij € 200,- per maand nodig heeft van Johan om in het levensonderhoud van hun dochter te kunnen voorzien, wat in de toekomst verhoogd zou moeten worden als hun dochter naar de middelbare school gaat. Johan dacht dat hij € 300,- per maand zou kunnen missen en hij is het ermee eens dat de hoogte periodiek aangepast kan worden. Ook wilde hij van dit bedrag vast een deel opzij gaan zetten voor de studie van hun dochter.

De kinderalimentatie is voor Johan niet aftrekbaar en voor Annemarie niet belast. Ze kwamen overeen dat Johan € 300,- zou betalen. Annemarie ontvangt dan € 300,- waarvan zij € 100,- gaat sparen voor de studie van hun dochter. Op verzoek krijgt Johan inzicht in de spaarrekening.
Aangezien hun dochter het hoofdverblijf bij haar moeder heeft en dus op het adres van Annemarie staat ingeschreven, mag Annemarie de kinderbijslag, het kindgebonden budget en eventuele andere fiscale kortingen innen. Dit geld kan zij ook ten behoeve van hun dochter gebruiken.

Openheid tussen partijen over hun wensen en behoeften en het beschikken over de juiste informatie heeft hen geholpen om samen tot een Kinderalimentatie-bedrag te komen wat hen beiden een goed gevoel geeft en wat ook voldoende is om in het levensonderhoud van hun dochter te voorzien. Jaarlijks zullen zij met elkaar evalueren hoe het voor hen werkt.

Top